Goedemiddag.
Ik heb een college minder, dus een blogpost meer. Naar aanleiding van het vorig college wil ik iets schrijven over zelfbeheersing. In essentie een belachelijk begrip, omdat het een controle van het zelf over het zelf impliceert wat in mijn ogen niet mogelijk is, niet vanuit zichzelf tenminste. Als een individu macht over zichzelf uitoefent binnen te geest zou dat een gradatie binnen het bewustzijn aangeven, de macht van het ene deel van het denken om het andere te beheersen. Mijn hoofd functioneert als een anarchie of een directe democratie en uit denkreflex projecteer ik die denkwijze ook op anderen waardoor ik veronderstel dat het bij alle mensen zo is en dat uitspraken over mijn eigen denken van toepassing zijn op het denken van anderen. Misschien een vergissing, maar misschien vergist iedereen zich gewoon, uitgezonderd mijzelf. Hoe dan ook, zelfbeheersing zou aangeven dat een deel van het zelf niet een beheersende rol heeft, of die functie niet uitoefent. Dat zou aangeven dat het eigenlijke 'zelf,' het bewuste deel dat het individu aanwijst als zichzelf in de geest, slechts een onderdeel is dat strijdt om de controle over het lichaam tegen andere factoren, zoals bijvoorbeeld hormonen, conditionering of gewoontes. Om die andere factoren te kunnen tegenwerken en dus het zelf te beheersen, macht over de eigen geest te hebben, is een soort superego nodig met een autonoom brein. Het zou weinig geven, maar naar mijn eigen weten is mijn geest een geheel en het begrip zelfbeheersing komt eronder te lijden dat er geen verschil is tussen het beheerste en het beheersende deel is. Hormonen en dergelijken zijn gelijkwaardige factoren aan bijvoorbeeld ratio bij mij. Zelfbeheersing is dus een paradoxaal begrip.
Ik heb drie prachtige ervaringen met zelfbeheersing gehad de afgelopen drie dagen, desondanks. Ik schrijf ze voornamelijk voor mezelf op, omdat ik ze dan beter in het kader van de voorgaande tekst kan plaatsen en kan verklaren volgens mijn eigen mensbeeld. Zaterdagmiddag was de eerste, chronologisch gezien. Ik speel toevallig in een tijdelijk orkest voor een musical die aan het einde van de maand opgevoerd zal worden, als permanente invaller voor een incompetente toetsenist. (Ik weiger het begrip pianist te gebruiken, ik krijg namelijk op de voorstelling geen piano maar een keyboard. Dat is ongeveer vergelijkbaar met voetballen waarbij je de tegenpartij erbij moet fantaseren.) Allemaal leuk en aardig, creatief en inspannend, bla die bla. Ik kreeg alleen een weekje of wat terug een nieuw stuk, op het laatste moment nog even. Dat was een eer en een privilege, omdat het een pianosolo betreft. (Nee, het is eigenlijk een keyboardsolo dus.) Ik mag in mijn eentje, tweemaal tegen tweeduizend man, de hoofdrolspeelster begeleiden met één van de meest technisch vreselijke niet-klassieke stukken (één sonate van Gerschwin uitgezonderd) uit mijn tijd achter het ivoor (plastic). Ik heb eergisteren voor het eerst als één van de orkestleden een stuk gespeeld met een eigenlijke hoofdrolspeler in plaats van een stand-in (daar zit nog een enorme lading frustratie en verwarring achter die ik niet nader zal belichten) en dat moest opnieuw, en opnieuw, en opnieuw, en opnieuw, en nog een paar keer om het af te leren omdat het zo moeilijk is. Het zou allemaal niet geven, maar het was op een keyboard en het was een liefdesliedje. Een heel mooi liedje. Ik moest het perfect spelen, want het was al moeilijk genoeg voor de zangeres en ik moet het erg binnenkort wel perfect kunnen, waar de dirigent me herhaaldelijk aan herinnerde. Dus het ging in de herhaling en ik moest al mijn concentratie inzetten, keer op keer. Dat was een beetje naar, met honderd toekijkende mensen die elke keer als het liedje weer af was gingen klappen. Het moest steeds weer opnieuw en achteraf mocht ik nog speciaal een afspraak maken met de zangeres om het van de week nog wat vaker opnieuw te doen zodat het perfect zou kunnen. Ik had enige zelfbeheersing nodig.
Het derde voorbeeld is vers, omtrent een uur oud op het moment dat ik dit schrijf. Ik had aan het begin van mijn collegetijd mijn nek uitgestoken door de Pirennethese naar voren te brengen in mijn eerste college, aandacht en verwondering opwekkend, erg leuk en aardig allemaal, wat allemaal op me terugkwam doordat meneer Tervoort fijntjes erop wees wat de gaten in deze fascinerende, orginele theorie waren, maar niet zonder er eerst ten overstaan van de hele collegezaal op te wijzen dat ik degene was die die these noemde (het gras voor zijn voeten wegmaaiend) en daarbij te vertellen dat ik het meteen uitriep toen ernaar gevraagd werd. In de minuten daarna zag ik de ene na de andere mogelijkheid, ook bij de kritiekpunten op Pirennes redenering, om in de tegenaanval te gaan, ik zag de mogelijkheid om het verhaal iets in zijn kracht af te doen, of zelfs om geërgerd te reageren op meneer Tervoort over de plotseling toegewezen aandacht op een leerling die geen ander doel voor ogen heeft dan een positieve bijdrage te leveren aan de lessen. Ik hield mezelf er echter aan dat ik in de collegezalen zat júíst om verbeterd te worden, júíst om die kritiek. Ik herinnerde me van mijn PWS dat van het hele proces het meest leerzame en meest krachtige moment lag bij de genadeloze kritiek van een specialist, een academisch geschoolde specialist die geen splinter van me heel liet. Het doet ontzettend veel pijn, dat alles wat je hebt gedaan of hebt bedacht wordt bestreden, het wordt zelfs moeilijk om rechtop te blijven staan. Achteraf was ik kapot. Maar als academicus, ook als academicus in de dop, moet men met opgeheven hoofd de kritiek accepteren. Ga niet gelijk in de tegenaanval en wees bereid het antwoord op vragen schuldig te blijven. Ik zei niets terug tijdens het college en besloot alle kritiek te noteren en te plaatsen in de context. Ik had mijn nek uitgestoken en was erop bekritiseerd. De rest van de collegezaal had niets gedaan om kritiek te verdienen, ze waren blijkbaar niet eens in staat een (gedeeltelijk )fout antwoord te geven. Ja, mijn arrogantie is niet te stuiten. Ik kan geen censuur daarop uitoefenen, want die zou ook door mijn arrogantie moeten worden uitgevoerd. Dat levert hele gekke breinkronkels op.
Hugo Maat.
14.9.09
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten