Goedemiddag.
Stel je voor, iemand probeert over te steken en je geeft diegene voorrang. Alleen besluit die ander, uit pure vriendelijkheid, om jou voor te laten gaan en zelf stil te staan. Je glimlacht beleeft maar rijdt niet door. Ook de ander steekt niet over. Andere mensen passeren in jullie beider richtingen, maar het is een patstelling.
Dit heeft niets te maken met deze post.
Ik heb misschien al in geen maand mijn iPod echt voor het bedoelde doeleinde gebruikt. Voornamelijk laat ik dat ding een beetje slingeren en luister ik af en toe een stukje. Ik ga wekelijks vijf keer op en neer naar (Amstelveen) Amsterdam met de trein, maar ik luister geen muziek onder het reizen. Ik denk dat ik gewoon niet gewend ben dat ik andere dingen hoor galmen in mijn hoofd naast mijzelf en zeker niet als ik in de trein zit. Ik heb het wel eens gedaan, muziek luisteren in de trein, wat eigenlijk best beviel. Ik geloof dat het alleen in de (overweldigend grote) categorie valt van 'extra vermaak,' wat voor mij betekent dat het wel aangenaam is en dat ik er absoluut geen bezwaar tegen heb om het te beleven, maar dat ik er geen behoefte aan heb. De dingen uit die categorie worden niet gemist en makkelijk vergeten. Het betreft de kleine leuke dingen van het menselijk bestaan, voornamelijk, en in mijn geval zijn dat heel erg veel dingen. Ik kan uitstekend genieten van het leven denk ik, maar ik doe het niet zo gek vaak omdat ik er geen behoefte aan heb. Ik heb toevallig ook geen behoefte aan die behoefte, denk ik. Het wegvallen van behoeften, het groter worden van die categorie van 'extra vermaak' is een onderdeel van mijn eeuwige regressie, de overgang van menselijk bewustzijn naar plant of boeddhist. Ik probeer daarom een aantal dingen in mijn leven uit die categorie te weren, maar ik denk niet dat ik dat kan doen met muziek luisteren tijdens treinreizen. Voor muziek tijdens het treinreizen moet ik me gewoon actief inzetten.
Hoe dan ook, op een gegeven moment besluit je toch maar het initiatief te nemen om uit de patstelling kwijt te komen en begin je weer te rijden. De ander heeft echter precies hetzelfde idee en probeert op hetzelfde moment weer op gang te komen. Van schrik stoppen jullie allebei. Beide partijen lachen, wachten, en geven aan dat ze elkaar voor willen laten gaan. Je zucht en trommelt op je stuur. De ander doet hetzelfde. Opnieuw proberen jullie op hetzelfde moment door te rijden. Het lijkt een eeuwige stilstand, die kan doorbroken worden op het moment dat iemand genoeg daadkracht opbouwt om daadwerkelijk de situatie te wijzigen, of doordat factoren van buitenaf, zoals een rakelings langs rijdende auto die één van beiden aan de kant dwingt zodat men elkaar niet meer in de weg staat of iets van die strekking. Als dat niet gebeurt, staan jullie allebei stil en kun je concluderen dat geen van beiden ook maar een greintje haast heeft. Wat in zo'n geval te doen? Nou, je besluit samen een kopje koffie te gaan drinken omdat jullie blijkbaar toch niets beters te doen hebben, ruziën kort over wie voor de ander de rekening betaalt, betalen uiteindelijk elkaars rekening gewoon, drinken de koffie, beseffen dat nu te tijd wel begint te dringen voor wat dan ook en zien elkaar nooit meer. Temps perdu, of temps trouvé?
Hugo Maat.
15.9.09
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten