Een fijne equinox, iedereen.
We staan op de drempel van de duistere tijden, het komende halve jaar hebben we minder dag per dag dan nacht. Of schemer, eigenlijk. De kou van de herfst, gevolgd door die van de winter, zal proberen een greep te krijgen op onze ledematen, harten en geesten. De duisternis doodt de bomen en bloemen, jaagt de dieren in hun holen en de mensen in de dikke jassen. De bladeren vallen op de grond en gaan rotten. De winter brengt allerlei ellende met zich mee maar slaagt waarschijnlijk er dit jaar weer eens niet in om ons een leuk schaatsveldje of een pak sneeuw mee te brengen. We kunnen ons nog troosten met een man in een sinterklaaspak, wiens komst aangeeft dat we mogen beginnen met het beschamende familiespektakel waarvan iedereen doet alsof Sinterklaas echt is hoewel er niemand meer van de leeftijd is dat ze voor de gek moeten worden gehouden. Gelukkig krijgen we ook nog kerst, waarbij iedereen een kerstboom moet hebben, iedereen die moet versieren en iedereen leuke lichtjes buiten moet hangen, inclusief kerstkrans op de deur. Cadeautjes hebben we al drie weken eerder gehad en Santa Claus is toch een Yank, dus er ligt niets anders onder de boom dan een dik prikkerig tapijt van gevallen naalden. Natuurlijk is geen kerst compleet zonder bedelende postbodes en de brengers van folders, die net twee weken daarvoor die baan hebben genomen en zo snel mogelijk weer zullen opstappen. Oh, dat doet me eraan denken, Sint-Maarten komt ook nog. Mijn moeder en broertje hebben verklaard bij mij op zolder te willen komen zitten, met alle lichten uit beneden. Kunnen we gezellig spelletjes spelen. Dit feestelijke seizoen vindt zijn hoogtepunt in het kerstdiner, de enige traditie waar ik écht een voorstander van ben en waar ik dus niets over te zeggen (lees: mokken) heb. Daarna krijgen we dat ellendige, eeuwige Oud en Nieuw waar ik te zijner tijd ongetwijfeld nog gal over ga spuwen, figuurlijk een week daarvoor en letterlijk de uren erna, voordat we aan de essentie van de moderne Nederlandse winter kunnen: temperaturen net boven het vriespunt en dode flora. Pas na twee maanden van lege kou keert de notie van aangenaam weer een beetje terug, maar daar wordt pas werkelijkheid aan gekoppeld vér na de volgende equinox omdat alles eerst nog even op moet warmen. Dan krijgen we de wannabe-lente, gevolgd door de eigenlijke lente. Ik denk dat de positieve dingen gedurende het komende half jaar een zekere hoeveelheid inzet gaan vereisen, hoogstwaarschijnlijk voor een groot deel van mijzelf. Ik begin níét goed, door over tien dagen te beginnen met, jawel, de Nocturnes van Chopin. Die krijgen ook nog nadere toelichting, als het moment daar is.
Tot ik aan mijn Nocturne-periode ga/mag heb ik nog wat muzikale bezigheid in de musical, maar die eindigt drie dagen voordat Chopin uit de kast gaat waardoor ik nog een ander stuk muziek uit de ether heb moeten grijpen. Ik heb het hier over (en volgens mij is het alleen voor mij bijzonder) het vijfde deel van de zesdelige serie van pianomuziek uit het populaire computerspel The Sims. Ik had 1-4 en nummer zes al op mijn repertoire, min of meer, maar het vijfde heb ik tot dusver niet kunnen vinden. Daar komt nu verandering in: de bladmuziek van dit bijzondere werk ligt naast mijn toetsenbord, beprint aan beide zijdes en voorzien van een nietje dankzij de automatische instellingen van de printers hier. Ik ga het ont-nieten en in insteekhoesjes steken (gezocht, erg veel insteekhoesjes, dertig of zo) samen met de rest van de Sims soundtrack, zodat ik gewoon een map vol met aangename New Age heb. Dat draag ik dan gewoon met me mee naar iedere plek waar een piano staat: mensen vinden het vaak aangenaam om te horen.
Mijn eerste indrukken van Build Theme No. 5 (untitled) from The Sims, door Jerry Martin: Oei. Het is op het eerste gezicht een aangenaam stuk om naar te luisteren, het combineert de doorklinkende zinnen en korte lijnen met ritmische trucs uit het tweede nummer uit de serie maar blijft niet hangen door na twee bladzijdes het grootste gedeelte in de stijl van het midden van No. 4 te doen om te eindigen met iets dat me deed denken aan No. 6. De eerste twee bladzijdes zijn gevuld met steeds langer en gecompliceerder wordende 'zinnen,' lijnen met een opbouw en afbouw in dynamiek, eindigend op een fermata. Tempoaanduiding staat op Molto rubato, maar wordt redelijk vrijgelaten met de notitie '130-160' en hier en daar een (poco) rallentando. Ritmisch blijft het redelijk te doen met niet veel moeilijkers dan triolen. Op de derde bladzijdes komt een strakker tempo, met allegro op 160 en het verdwijnen van de fermtatas. Wel vreemd is het verlengen van vierkwartsmaten met drie ongedefinieerde maten, iets dat ik niet zo geformuleerd heb gezien sinds Nocturne 20 van Chopin. Het tweede deel van het stuk lijkt al meer op nummers 3 en 4 uit de serie, met een beat die een beetje aandoet als een samba. Het stuk neemt vijf bladzijdes de tijd om gestaag op te bouwen van een pianissimo naar een fortissimo, net zo ver uitgesmeerd als een Rossini-crescendo. Steeds meer accenten doen hun intrede en de akkoorden worden breder. Tegen het fortissimo wordt een stretto ingezet en worden de achtste noten omgezet naar drie-zestienden, iets wat ik ook niet gek vaak zie. Het tempo wordt weer normaal, dynamiek naar piano. Dán wordt het stuk naar: met de connotatie liberamente staan er syncopische zes over acht, zeven over acht, zeven over zes en dat alles in ongeveer hetzelfde tempo. Dan komen een stel neerwaartse uitgespeelde akkoorden en loopt het stuk over in een Rubato, maar ditmaal 110-120. Het stuk gaat in de versnelling, langzaam maar zeker, de ritmeaanduiding wordt aan de artistieke vrijheid van de uitvoerder overgelaten en de melodie verandert in een aaneenschakeling van noten, negen, tien, elf of twaalf over twee, waarbij de linkerhand minder werk krijgt en een beetje vrij wordt gelaten. Pas meer dan een bladzijde verder eindigt de waterval met een vertraging om dan met twee zinnen, beide met redelijk losse tempi en fermatas aan het einde, te worden afgesloten. Technisch gezien is dit ding een redelijke nachtmerrie, vooral tegen het einde toe. Het stuk is ook heel erg lang. Ik ga het toch maar proberen, denk ik, in plaats van er alleen over te kletsen en te doen alsof ik iets van muziek af weet.
Hugo Maat.
21.9.09
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten